PER GEWICHTS-EENHEID :
De verbrandingswarmte van een vaste stof zoals hout is per definitie de hoeveelheid warmte (uitgedrukt in MJ of kcal) die vrijkomt bij volledige verbranding van een gewichtseenheid (in kg) van de vaste stof.
In de onderstaande tabel is de verbrandingswarmte van verschillende houtsoorten in ovendroge toestand gegeven. Zoals u merkt is er slechts een gering onderscheid tussen de verbrandingswarmte van loofhoutsoorten en naaldhoutsoorten. Voor loofhoutsoorten schommelt de waarde rond 4300 kcal/kg of 17,8 MJ/kg, voor naaldhout is dit 4700 kcal/kg of 19,7 MJ/kg. De hogere verbrandingswarmte (per kg) voor naaldhout is vooral te wijten aan het voorkomen van hars.
|
BOOMSOORT |
VERBRANDINGSWARMTE |
|
| Loofhout |
kcal/kg |
MJ/kg |
| Berk |
4500 |
18,8 |
| Eik |
4400 |
18,4 |
| Es, valse acacia, zwarte els |
4300 |
18,0 |
| Beuk, wilg, populier |
4200 |
17,6 |
| Haagbeuk, witte els |
4100 |
17,1 |
|
Gemiddelde
|
4300 |
17,8 |
|
|
||
| Naaldhout |
|
|
| Gewone den |
4600 |
19,2 |
| Fijnspar |
4700 |
19,7 |
| Douglas |
5000 |
20,9 |
| Lork |
4500 |
18,8 |
|
Gemiddelde |
4700 |
19,7 |
Deze waarden zijn echter theoretisch. In de praktijk wordt steeds hout verbrand met een bepaald vochtgehalte. De vrijgestelde warmte is hierdoor een flink stuk lager omdat het water in de vorm van waterdamp langs het afvoerkanaal ontsnapt en een gedeelte van de geproduceerde warmte met zich meevoert. Om het verschil aan te duiden (t.o.v. verbrandingswarmte waarbij de vrijgegeven warmte maximaal is) wordt gesproken van de stookwaarde. Zelfs bij verbranding van ovendroog hout ontsnapt waterdamp, de hoeveelheid is echter gering zodat het effect op de vrijgestelde warmte verwaarloosbaar klein is. Hierdoor zal bij ovendroog hout de stookwaarde bij benadering gelijk zijn aan de verbrandingswarmte.
Het vochtgehalte van hout wordt uitgedrukt in % van het droog gewicht. Het vochtgehalte van vers geveld hout verschilt naargelang de soort. Hout van populier is vochtiger dan hout van beuk, eik, berk, esdoorn of els, dat op zijn beurt vochtiger is dan hout van es. Niet alleen naargelang de soort zijn er verschillen, maar tevens naargelang het seizoen waarin het hout werd geveld, de leeftijd van de boom, de standplaats en het deel van de boom waarvan het hout afkomstig is. Bij velling bedraagt het vochtgehalte gemiddeld 75%.
Onmiddelijk na de velling begint de uitdroging. In de onderstaande tabel ziet u het vochtgehalte in functie van de droogtijd, de bewaarwijze en de categorie hout.
|
Droogtijd
|
Stères
gestapeld in open lucht |
Stères, 3
maand na velling, gestockeerd onder beschutting |
Blokken van 33 cm,
3 maand na velling gestockeerd onder beschutting |
Blokken van 33 cm,
onmiddelijk na de velling onder beschutting gestockeerd |
||||
|
gekliefd |
rondhout |
gekliefd
|
rondhout |
gekliefd |
rondhout |
gekliefd |
rondhout |
|
|
velling |
75 |
78 |
76 |
78 |
75 |
78 |
73 |
76 |
|
3 maand |
48 |
62 |
48 |
61 |
44 |
61 |
36 |
40 |
|
6 maand |
37 |
46 |
32 |
45 |
29 |
35 |
25 |
29 |
|
9 maand |
33 |
38 |
27 |
37 |
26 |
28 |
23 |
28 |
|
1 jaar |
32 |
35 |
26 |
33 |
25 |
27 |
21 |
27 |
|
1,5 jaar |
18 |
27 |
18 |
21 |
17 |
17 |
15 |
16 |
|
2 jaar |
16 |
24 |
16 |
18 |
16 |
14 |
14 |
13 |
|
2,5 jaar |
15 |
24 |
15 |
17 |
15 |
14 |
13 |
13 |
Het is pas na anderhalf à twee jaar dat het vochtigheidsgehalte beneden 20 % daalt. Uit de bovenstaande tabel blijkt dat klieven en vooral het korten van houtstukken de droogtijd verkort.
Het is dan ook aan te raden het hout direct na velling op de gebruiksklare lengte te zagen, indien nodig te klieven en onder een beschutting weg te stapelen. Op deze manier zal het vochtgehalte na anderhalf jaar reeds dalen tot +/- 15%. Hout met een vochtigheidsgehalte van 15% is luchtdroog.
Het is noodzakelijk het hout in een goed verluchte ruimte te drogen. Vochtig hout geeft immers waterdamp af aan de omgevende lucht. Deze vochtige lucht moet continue door frisse lucht vervangen worden, ander ontstaan er vochtvlekken in het hout, krijgt het een onaangename geur en zullen er schimmels ontstaan. Klieven en korten van het hout gaat het gevaar voor schimmels verkleinen. Bijzonder gevoelig hiervoor is haagbeuk, minder gevoelig zijn kastanje en eik.
Dat de stookwaarde sterk beïnvloed wordt door het vochtgehalte kan u terugvinden in de volgende tabel :
| Vochtgehalte
( % van het droog gewicht)
|
Stookwaarde |
|||
|
Loofhout |
Naaldhout |
|||
| (kcal/kg) |
(MJ/kg) |
(kcal/kg) |
(MJ/kg) |
|
| 0
(ovendroog) |
4300 |
17,8 |
4700 |
19,7 |
| 10 |
3850 |
16,0 |
4220 |
17,7 |
| 15
(luchtdroog) |
3660 |
15,2 |
4010 |
16,8 |
| 20 |
3480 |
14,4 |
3820 |
15,9 |
| 25 |
3320 |
13,7 |
3640 |
15,3 |
| 50 |
2670 |
11,0 |
2930 |
12,3 |
| 75 |
2200 |
9,1 |
2490 |
10,2 |
De stookwaarde verhoogt sterk door het hout te drogen. Bij verbranding van 1 kg luchtdroog hout komt bijna dubbel zoveel warmte vrij als bij verbranding van eenzelfde hoeveelheid versgeveld hout. Luchtdroog loofhout geeft 15,2 MJ/kg warmte vrij, voor naaldhout is dit 16,8 MJ/kg.
Een hoog vochtigheidsgehalte vermindert niet alleen de stookwaarde, maar geeft door de onvolledige verbranding een grotere luchtverontreiniging en leidt tot teer- en roetvorming in de afvoerkanalen.
Om al deze redenen is het aan te bevelen
om enkel hout te verbranden met een vochtigheidsgehalte van 20% of lager. Dit
vergt een gemiddelde droogtijd van anderhalf tot twee jaar.